Viola da gamba

Iedereen die de film Tous les matins du monde heeft gezien zal zijn geraakt door het spel van de beroemde gambist Jordi Savall. De film gaat over de levens van de gambisten Monsieur de Sainte –Colombe en Marin Marais. De laatste was gambist aan het hof van Louis Quatorze.

De viola da gamba van Sainte-Colombe, Marais en Savall is een strijkinstrument, evenals de viool en de cello. Maar er zijn belangrijke verschillen. Zo heeft de gamba ‘fretten’ op de hals, net zoals bij een gitaar. Bovendien heeft de gamba meer snaren: zes of zeven in plaats van vier. En, niet onbelangrijk, gambisten houden de strijkstok anders vast dan cellisten, namelijk ‘onderhands’.


       David Leeuw with his Family, Abraham van den Tempel, 1671. Rijksmuseum, Amsterdam

 

De viola da gamba kan verschillende maten hebben. De kleinste, de ‘dessus de viole’, kan op schoot, maar de ‘basse de viole’ moet toch echt tussen de benen geplaatst worden: gamba is Italiaans voor been. En het grootste instrument uit deze familie, de violone, kan alleen staand worden bespeeld.

De viola da gamba werd vooral bespeeld tijdens de Renaissance en de Barok. Een populair genre is bijvoorbeeld de Engelse Consort Music voor instrumenten uit de gambafamilie, of samen met andere instrumenten in ‘broken consorts’. Ook zeer geliefd is de gambamuziek uit Frankrijk, zoals van de genoemde Marin Marais. Johann Sebastian Bach gebruikte de viola da gamba diverse malen in zijn kerkmuziek. In Cantate BWV 106 (Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit) nemen de gambisten bijvoorbeeld een prominente plaats in, en de aangrijpende altaria “Es ist vollbracht” uit de Johannes Passion heeft een belangrijke partij voor de gamba.  Naast een rol als solist of als lid van een consort worden gambisten ingezet voor de basso continuo in kamer- en orkestmuziek.

 

Vicky Tse

Zesnarige ‘basse de viole’ die tussen de knieën wordt geplaatst en waarbij de stok ‘onderhands’wordt vastgehouden

 

 

Madame Henriette, Jean-Marc Nattier, 1754. Musée National du Château, Versailles