De blokfluit

Wie kent niet de blokfluit? Dat taps toelopende instrument, meestal van hout (maar het kan ook van ivoor of plastic zijn) met een kopstuk, waarbinnen een stemspleet de lucht vervoert naar het labium, waar diezelfde lucht in trilling wordt gebracht heeft vrijwel iedereen wel eens in zijn vingers gehad.  Dan zie je dat onder de stemspleet een blok zit, meestal van cederhout, dat vocht kan absorberen. Dan zie je ook zeven gaatjes aan de bovenkant en een duimgat, waardoor je gemakkelijk octaven kunt spelen. Je hebt ze in allerlei formaten, van heel klein tot heel groot. In het orkest gebruiken we meestal de altblokfluit.

De populariteit van de blokfluit heeft in de loop der tijden nogal wat ups en downs gekend. Vanaf ongeveer 1400 zien we het instrument verschijnen. In de renaissance wordt het veel gebruikt en er zijn spelers die zeggen dat daar de bloeiperiode ligt. Maar wij kennen het beter uit de tijd van de barok. En zeker ook uit onze eigen tijd. Daartussenin, zeg van 1750 tot 1930, was het een museumstuk.

Het barokinstrument en de moderne blokfluit: beiden zijn populair, maar toch zijn er grote verschillen. Destijds was het een technisch zeer geavanceerd product, waar de meest vooraanstaande bouwers van blaasinstrumenten hun uiterste best voor deden. Een blokfluit, van buxus of ebbenhout, zag er vaak ook schitterend uit, met allerlei kunstig versierde onderdelen en met ivoren ringen. Nu is het prestige nogal twijfelachtig: iedereen kan een blokfluit kopen, ze kosten vrijwel niets, en helaas hebben duizenden dat ook gedaan. De instrumenten die zo in omloop kwamen zijn veelal van zeer twijfelachtig allooi en in kwaliteit niet te vergelijken met een instrument van een goede bouwer (van vroeger of van nu). Toch heet het allemaal ‘blokfluit’. Ik heb een plastic blokfluitje, een sopraan, dat ik wellicht voor zo’n 15 euro zal hebben gekocht. En ik heb een sopraan die het honderdvoudige heeft gekost. Het ene is van zwart plastic, het andere van grenadille. Gek genoeg zijn beide op het oog niet of nauwelijks te onderscheiden. Maar je hoort het verschil natuurlijk wel!

Niet alleen hebben duizenden zo’n prulinstrument gekocht, ze zijn er ook op gaan spelen. Ook dit heeft het imago geen goed gedaan. De blokfluit moet tegen zijn trouwe maar niet erg serieuze liefhebbers verdedigd worden.

Een blokfluit (il flauto dolce in het Italiaans) heeft een lieflijke toon. Niet verwonderlijk wordt het instrument daarom vaak bij pastorale thema’s ingezet. Het geluid heeft ook iets onbuigzaams, stars. Bach gebruikt de blokfluit daarom vaak als de dood in het spel is. Doordat de blokfluit nogal direct aanspreekt kun je er heel precies en gevarieerd op articuleren. Daarom kun je er ook goed vogels mee imiteren, maar leent het zich ook voor virtuoze concerten. 

Alle grote barokcomponisten hebben voor de blokfluit gecomponeerd. Purcell kiest er regelmatig voor. Bach gebruikt het instrument in twee Brandenburgse concerten en in menige cantate. Telemann heeft nogal wat voor blokfluit geschreven. Van Vivaldi kennen we schitterende blokfluitconcerten. Ook van Handel kennen we zeer fraaie blokfluitsonates. Toch, het dient gezegd, er is bij lange na niet zoveel voor blokfluit geschreven als bijvoorbeeld voor de barokdwarsfluit, de traverso. En na 1740 wordt het echt veel stiller. De blokfluit kon niet voldoen aan het vereiste volume en zeker ook niet aan de behoefte aan meer dynamiek. Je kunt op een blokfluit wel harder en zachter spelen, maar binnen vrij nauwe grenzen. Als je hard speelt gaat de toon omhoog, als je zacht speelt omlaag, daar valt niet veel aan te doen. Dit ingebouwde euvel heeft het instrument de das omgedaan. Tegenwoordig wordt er overigens wel weer veel voor blokfluit gecomponeerd, ook door zeer vooraanstaande componisten (zoals Berio).

Het blijft een heel mooi instrument. Ik heb me vanaf mijn tiende jaar heel intensief en gaandeweg steeds serieuzer met mijn blokfluit bezig gehouden, tot ik even voordat ik veertig werd (als in een midlife-crisis) overstapte naar de traverso. Maar nu ik wat ouder ben kan ik het niet laten: ik speel weer dagelijks blokfluit. Volgens Mattheson (1681 -1764), een bekend expert uit de baroktijd, benadert een blokfluit het meest de menselijke stem. Dat zal het zijn geweest.

 

Cees van Woerkum